Weergave:
Uit een vierkant bassin, waarvan de rand uit klinkers is gemetseld, rijst in het midden een pilaar van bronzen plaatmetaal op, waarvan de top wordt gevormd door twee platte zonnegezichten die met de achterkanten aan elkaar zijn gelast.
Als een krans hangen onder de zon vier maskers aan haken, waarvan de namen op de pilaar meer informatie over hen geven:
„O.Sch. = Gschicht, Maulaff, Knitlaskupf, Musn-Kupf”, het gaat hier duidelijk om figuren uit het Frankische volks theater in dialect.
Halverwege de middenpilaar steekt een dikkere krans met acht waterstralen naar voren, waaruit het water omhoog spuit.
De eigenlijke attractie van de fontein wordt gevormd door de vijf bronzen, beweegbare poppen, waarvan er vier in het bassin aan steunstangen zijn bevestigd.
Het vijfde figuur, een vrolijk dansende jongeman, heeft plaatsgenomen op de rand van de fontein en kijkt uit in de richting van de Allersberger Straße. Hij lijkt de muziek te spelen voor de dansende groep in het bassin.
Er is een meisje met een hoed met rand, een enkellange rok met ruches en schoenen met strikken, geheel in de stijl van een volkselijk opgedirkt stadsmeisje. Zij draagt de naam „Bohln-Petz“.
Een jongen in een kinderuniform, rijdend op een stokpaard, steekt met zijn linkerhand een hoorn naar de toeschouwer uit, terwijl hij met zijn rechterhand de teugels van de paardenkop vasthoudt. Hij wordt „Lappl” genoemd.
De daaropvolgende mollige vrouw doet denken aan een marktvrouw en noemt zichzelf „Wambata-Kouh”.
De tinnen soldaat maakt een tegelijkertijd grappige en trieste indruk. Met zijn getrokken zwaard lijkt hij een vergeefse strijd te voeren tegen de aanvallende voorbijgangers, die hem naar hartelust aan armen, benen en ook aan het hoofd trekken en draaien. Zijn naam „Teufel-Zreis“ heeft nauwelijks een afschrikkend effect.
Het laatste figuur van het gezelschap heeft, net als de „Wambata-Kouh”, een gezellige, alledaagse uitstraling: een mollige, om niet te zeggen bolronde man met een broek en een pet op het hoofd heeft de naam „Wooust-Molla” gekregen.
Geschiedenis:
De zogenaamde „Bleiweiß-wijk” onderging eind jaren tachtig een sanering, renovatie en herinrichting, waarbij onder andere ook kunstwerken in het woonlandschap werden geïntegreerd.
De fontein met de ledematenpoppen werd in de voetgangerszone Schützenstraße geplaatst.
Referentie:
Elke Masa, Freiplastiken in Nürnberg, S. 70, Verlag Ph.C.W. Schmidt, Neustadt/Aisch